Waar dit idee vandaan komt

Trekvogels in V-formatie boven de heide bij zonsopkomst

AI-gegenereerde afbeelding

Dit platform begon met een simpele vraag van Peter Jansen: waarom bewegen mensen niet met de seizoenen mee, zoals trekvogels dat doen?

De vraag

Vogels blijven niet de hele winter op een koude plek zitten om die met veel moeite te overleven. Ze verplaatsen zich naar een gebied waar het op dat moment warmer is en meer voedsel te vinden is. Wij doen precies het omgekeerde: we blijven zitten waar we zitten en stoken vervolgens gas om ons huis op temperatuur te houden.

De oorspronkelijke gedachte was dus: als iedereen in de zomer op het noordelijk halfrond woont en in de winter naar het zuidelijk halfrond verhuist, bespaar je enorm veel gas en elektriciteit.

Van mensen verplaatsen naar productie verplaatsen

Bij het doorrekenen bleek er een groot verschil tussen vogels en mensen: een vogel verplaatst zichzelf met weinig energie, wij hebben een vliegtuig nodig. Nederland naar Australie en terug kost per persoon zoveel energie dat het grootste deel van de besparing weer verdwijnt.

Over kortere afstand, bijvoorbeeld Nederland naar Zuid-Europa, blijft er wel een voordeel over. Maar de interessantste versie van het idee is een andere: verplaats niet de mensen, maar de energie-intensieve productie.

Een Nederlandse kas heeft in de winter veel warmte en kunstlicht nodig. In Zuid-Spanje kan dezelfde teelt vaak vrijwel zonder verwarming. Je hoeft de kas niet te verhuizen; je laat de productie meebewegen met het klimaat. Datzelfde principe geldt voor datacenters, koelhuizen en delen van de voedsel- en chemische industrie.

Het werk verschuift, de mensen niet

Als de productie in de winter daalt, hoeven mensen niet werkloos te worden. Een bedrijf kan in de winter juist het werk doen waarvoor in het productieseizoen geen tijd is: onderhoud, renovatie, isolatie, zonnepanelen plaatsen, automatisering, opleiding. Het energiegebruik daalt, de werkgelegenheid blijft gelijk.

Zo ontstaat een beeld van een seizoenseconomie: energie gebruiken wanneer die ruim en goedkoop is, en in schaarse periodes overschakelen op werk dat weinig energie kost.

Nederland als seizoenseconomie

Toegepast op heel Nederland is het doel niet "20% minder energie", maar "20% flexibeler in wanneer energie wordt gebruikt". Op een zonnige zomerdag is er stroom over: dan kun je batterijen laden, waterstof maken, industrie laten draaien en warmte opslaan. In een donkere winterweek schakel je energie-intensieve processen terug en verschuif je mensen naar onderhoud en ontwikkeling.

En de veehouderij?

De veehouderij laat de grenzen van het idee zien. Dieren moeten elke dag verzorgd worden; een melkvee-, varkens- of kippenbedrijf kun je niet een half jaar stilzetten. Maar er is wel flexibiliteit: koeling die vooral draait als stroom goedkoop is, koelhuizen die werken als een thermische batterij, en vooral mest die via vergisting biogas kan leveren, juist in de winter. De veehouderij kan zo niet alleen energie verbruiken maar er ook aan bijdragen.

Wat dit met het Dwingelderveld te maken heeft

De rode draad in dit hele idee is een principe: pas je aan aan de omstandigheden die op dat moment het gunstigst zijn, in plaats van de omgeving overal en altijd hetzelfde te maken. Kijk per situatie wat werkt, niet naar een generieke regel voor iedereen.

Datzelfde principe zit achter de aanpak van dit platform voor het Dwingelderveld: niet een landelijke "iedereen X% minder"-regel, maar per bedrijf en per knelpunt kijken wat het meeste oplevert, met zoveel mogelijk behoud van bedrijven.

Peter Jansen heeft dit idee uitgewerkt in een uitgebreid gesprek met een AI-assistent, waarin de gedachte stap voor stap is getoetst met cijfers van onder meer het CBS en Wageningen University & Research.